Nieuwe eiwitketens in Vlaanderen: kansen uit nevenstromen
In 2021 kreeg de Vlaamse eiwitstrategie een stevige duw in de rug met een projectoproep van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Negentien veelbelovende initiatieven gingen aan de slag om samenwerkingen op te zetten en nieuwe ketens uit te bouwen rond duurzame en gezonde eiwitten, voor zowel mens als dier. Intussen zijn we vier jaar verder en zijn de projecten afgerond. Het resultaat? Inspirerende pioniersverhalen die aantonen dat Vlaanderen heel wat troeven in handen heeft om zelf nieuwe eiwitketens op te zetten. In het rapport ‘Resultaten relanceprojecten realisatie eiwitstrategie. Valorisatierapport eiwitprojecten’ worden de belangrijkste inzichten, resultaten en aanbevelingen gebundeld.
Vijf van de negentien initiatieven richtten, zich op de valorisatie van nevenstromen: restproducten die vandaag vaak onderbenut blijven, maar boordevol potentieel zitten. Vijf projecten toonden op hun manier aan dat wat vroeger als ‘afval’ werd gezien, eigenlijk een waardevolle grondstof kan zijn voor de eiwitvoorziening van morgen.
Profungi
Dit project onderzocht hoe preiloof, een vaak onderbenutte nevenstroom, via fermentatie met schimmels kan worden omgezet in mycoproteïnen die vismeel deels vervangen in garnalenvoeder. Proeven toonden aan dat het vervangen van 5% vismeel door mycoproteïne geen negatieve effecten had op groei, overleving of gezondheid van de garnalen, wat perspectief biedt voor een meerwaardige toepassing van deze reststroom. Omdat preiloof seizoensgebonden is, werden ook alternatieve gewasstromen getest, waaronder venkel, witloof en zoete aardappel. Van deze opties bleek vooral venkel een haalbaar alternatief. Hoewel vergelijkbare testen bij biggen en runderen minder succesvol waren, bevestigt dit project het potentieel van mycoproteïnen uit groentereststromen voor aquacultuur en de bijdrage die ze kunnen leveren aan een duurzamere eiwitvoorziening.
Proteïnen Booster
Het Proteïnen Booster-project richtte zich op de ontwikkeling van duurzame forelvoeders op basis van circulaire en lokale ingrediënten, zoals nevenstromen uit de pluimvee-industrie, insectenmeel, aardappeleiwitconcentraten en microbiële eiwitten. Deze alternatieve diëten werden getest in recirculerende aquacultuursystemen (RAS) en bleken economisch concurrerend en ecologisch vriendelijk, zonder negatieve impact op de gezondheid, groei of smaak van de vis. Proeven met forellen van verschillende groottes toonden aan dat vismeel succesvol kan worden vervangen, op voorwaarde dat het voedingsprofiel goed gebalanceerd blijft. Naast lagere milieu-impact bieden lokale ingrediënten bijkomende voordelen zoals korte transportafstanden, traceerbaarheid en stimulering van de lokale economie.
Em’Liquid
Dit project onderzocht hoe nevenstromen van dierlijke producten – zoals pluimen, kippenpoten, bonecake en visafval – via enzymatische hydrolyse kunnen worden omgezet in vloeibare, eiwitrijke bijproducten. Deze hoogwaardige proteïnen en vetten bleken inzetbaar in garnalenvoeder, petfood, vleesbereidingen en zelfs in de cosmetica- en farmasector. Het vloeibare proces vergt minder fossiele brandstoffen en vermijdt waterverdamping, waardoor de milieu-impact aanzienlijk lager ligt. Praktijktoepassingen toonden het brede potentieel: van hondenbrokken die beter verteerbaar zijn en geschikt voor dieren met allergieën, tot garnalenvoer waar vismeel gedeeltelijk vervangen is door kippenpoten. Door de hoge economische meerwaarde kan de verdere uitrol zonder bijkomende steun plaatsvinden, al zijn verwerkingsmethoden voor kleinere volumes en eenvoudiger regelgeving belangrijke aandachtspunten voor opschaling en innovatie.
Bactostar
Het project onderzocht hoe nevenstromen uit de aardappelindustrie, zoals stoomschillen en grijszetmeel, via fermentatieprocessen kunnen worden omgezet in hoogwaardige eiwitrijke biomassa (Single Cell Protein). Daarbij bleek dat aerobe bacteriën, maar ook schimmels en gisten, succesvol kunnen groeien op deze reststromen en zo goed verteerbare eiwitten of oliën produceren die vismeel en soja in veevoer kunnen vervangen. Dit biedt kansen voor toepassingen in onder meer aquacultuur en petfood, en kan tegelijk de druk op milieu en klimaat verminderen. Hoewel de technische haalbaarheid werd aangetoond, vormt de economische rendabiliteit nog een uitdaging. Verdere onderzoek en opschaling zijn nodig om het potentieel van microbiële eiwitten en oliën uit aardappelnevenstromen volledig te benutten.
CEMPA
Dit project zette in op de productie van een eiwitrijke biomassa op basis van ethanol van Steelanol, met als doel een duurzaam alternatief te ontwikkelen voor vismeel in aquacultuur. Via microbiële fermentatie werd het zogenaamde CEMPA-eiwit geproduceerd, dat met 69% eiwit en een gunstig aminozuurprofiel zelfs beter scoort dan vismeel. Opschaling tot 1500 liter en voedertesten op garnaal en zalm bevestigden het potentieel: CEMPA bleek geschikter als vervanger van vismeel dan plantaardige eiwitten. Economisch is het eiwit al competitief: de huidige kostprijs van 2000 euro per ton kan door procesoptimalisatie dalen tot 1100 euro per ton, vergelijkbaar met hoogwaardige bestaande eiwitbronnen. Daarmee opent dit project niet alleen perspectieven voor aquacultuur, maar ook voor ethanolproducenten die zo nieuwe verdienmodellen en duurzaamheidswinsten kunnen realiseren.
Wie dieper wil ingaan op de resultaten, aanbevelingen en technische details, vindt alle informatie terug in het volledige rapport: Resultaten relanceprojecten realisatie eiwitstrategie. Valorisatierapport eiwitprojecten.
Foto: ©Pixabay
Site by DENK! Creatieve marketing